guitar  
Opnemen deel 2


In dit deel (deel 2) de volgende onderwerpen:
Loops maken
De geluidskaart (en TC-Electronic Konnekt8)
Mixen
Masteren

In deel 1 vind je: Inleiding, ontwikkeling, sequencers en opnamesoftware, van idee tot nummer en Cubase SX3 / Cubase 5. Kijk vooral ook even op de FAQ pagina.

Mixen.

Als uiteindelijk alle instrumenten zijn opgenomen komt één van de moeilijkste onderdelen van het opnameproces: het mixen. Het onderling afstemmen qua geluidssterkte en -kleur is een lastige zaak. Vooral ook omdat we thuis soms niet de beschikking hebben over professionele monitorboxen die hiervoor eigenlijk noodzakelijk zijn. Verder is het mixen een vak apart, goede oren, geduld, kennis van 'geluidsbeelden' en een flinke dosis ervaring zijn minstens zo belangrijk als goede apparatuur.Hoe komen we dan toch tot een enigszins acceptabel resultaat? Mijn manier van werken is om eerst een ruwe mix te maken. Eerst met een goede koptelefoon. Ik gebruik hiervoor een Sennheiser HD265 die een "lineair" geluidsbeeld geeft (dus geen nadruk op bassen of hoge tonen). En daarna (indien beschikbaar) de monitorboxen. In mijn geval zijn dat de Genelec 8030A boxen: actieve (versterker ingebouwd) en zeer compacte nearfield monitors. Uitermate geschikt voor de homestudio. Met deze ruwe mix ga ik aan de slag.

genelec 8030A
Genelec 8030A, uitstekend geschikt voor de homestudio.


De eerste stap hierna is het "muten" (uitzetten) van alle partijen behalve die van de bas en drums. Dit is de basis van je nummer en moet dus echt goed klinken. Behalve de balans tussen de toms, snare, cymbals, kick etc en de basgitaar, moet je er goed op letten dat de bassdrum en de basgitaar niet in hetzelfde frequentie gebied zitten. Is dat wel het geval dan krijg je al gauw een nogal modderig geluid. Een parametrische of grafische equaliser is een prima tool om dit goed in te stellen. Wat zeker ook tot een strak basgeluid (en bassdrumgeluid, toms, snare) kan bijdragen is het "compressen" van om een lekker strak "punchy" geluid te krijgen.
Klinkt deze drum-bas mix lekker, dan naar de volgende stap. Om het geheel te kunnen blijven overzien maak ik eerst "sub" mixjes van bv gitaar partijtjes die met elkaar te maken hebben bv een tweestemmige gitaar. Het is niet zo moeilijk om die met een klein tussenmixje goed in balans te krijgen. Je doet dat door in Cubase alle kanalen waarvan je een tussenmix wilt maken te 'routeren' naar een 'group'. B.v. alle gitaar kanalen gaan naar de 'group gitaar'. Alle drums naar 'group drums', alle synths naar 'group synths' etc. 'Deze kanalen gaan vervolgens als stereo kanalen naar de eindfader. Als je dit voor meer clusters van instrumenten doet wordt het afmixen al wat simpeler. Bovendien heeft deze 'group benadering' het voordeel dat je nu ook effecten kunt toepassen op de hele group (bv een stereo spreader of een reverb), maakt het allemaal wat simpeler.

Is het geheel op de koptelefoon en monitorboxen goed in balans, zowel qua volume als qua balans in het hoog en het laag dan komt het volgende proces aan de beurt: Masteren (zie hier).

Als je gaat mixen in programma's als Cubase dan zul je al snel merken dat het gebruik van equalisers, reverbs en compressors enorm veel cpu kracht vergt. Samen met het afspelen van de (zeg) 30 tracks die je opgenomen hebt kan het dan ook regelmatig voorkomen dat je computer het niet meer trekt (resulterend is bv missende stukjes of een stotteren eindmix). Dit zelfs al heb je alle tracks 'bevroren', een toestand waarin de plug-ins niet meer actief zijn maar waarijn hun output als een wav file wordt afgespeeld. Experts vertellen mij verder dat zelfs al trekt je pc het nog wel, een maximale belasting van je cpu een nadelig effect heeft op de geluidskwaliteit. Equalisers worden minder precies en de 'tails' van de reverb klinken minder mooi. Om dit probleem op te lossen kun je de volgende procedure toepassen. Je zorgt dat de boel goed in balans is en maakt je nog even niet druk over het uitgangsvolume van de mix. Een limiter of maximiser gebruik je nog niet! Vervolgens mix je je hele mix in 5 tot 10 groepen naar 5 tot 10 corresponderende wav files. Je doet dit door bv in de 'group channels' te gebruiken die ik eerder al noemde. Let er goed op dat het uitgangsvolume per blok op geen enkel moment clipt (in het rood komt).
Vervolgens start je een nieuw project en lees je al deze blokken in, je hebt dan dus gewoon 5 tot 10 audiotracks. Ga deze opnieuw af mixen en gebruik dan pas (oa) de overall equaliser voor de klankkleur, software om het stereobeeld op te rekken en eventueel een compressor om het geheel op een goed geluidsvolume te krijgen.

Naar boven

hard rock mix
Hardrock mix.

Masteren

Het doel van mastering is twee-ledig. Allereerst is dit proces ervoor om te zorgen dat al je tracks hetzelfde klinken, dus dezelfde klankkleur en hetzelfde volume hebben. Verder - maar in de mate waarin dit zou moeten gebeuren zijn de menigen verdeeld - is het bedoeld om je track na de mix geluidstechnisch nog verder op te poetsen.Vergelijk de mix die je gemaakt hebt maar eens met een nummer van een commerciele cd. Je zult in 99 van de 100 gevallen merken dat jouw nummer veel zachter is en 'ieler' klinkt.
Hoe gaat dat masteren in z'n werk? Allereerst exporteer je je eindmix naar een bij voorkeur een 32 bit wav file. Deze file lees je in in je programma (bv in Cubase of in een specifiek mastering programma zoals WaveLab). Aan het masterkanaal voeg je vervolgens een aantal plug-ins toe. Normaal gesproken zijn dat (en ook in deze volgorde):
- Een bass roll-off filter (kan ook met een equaliser) om alle lage "Rumble" en "DC offset" uit te filteren (zeg alles beneden de 20- 30Hz). Dit zijn frequenties die je niet meer hoort maar die wel 'geluidsenergie' vreten. Dwz dat deze frequenties onnodig je versterker aanspreken en de luidsprekers in beweging zullen proberen te brengen, heb je dus alleen maar last van.
- Eventueel (indien nodig) een plug-in om de lage tonen vetter te maken. De Steinberg Waves bundle heeft bv de plug-ins Rbass en MaxBass die ervoor zorgen dat bv vanaf 80 hz (instelbaar) de lage tonen duidelijker worden aangezet.
- Eventueel (indien nodig) een plug-in om de hoge tonen op te peppen (in het engels 'Crisp and clear' te maken). Degelijk plug-ins worden ook wel exciters genoemd. Voorbeeld ids bv de Spectralizer van Steinberg of de Sonic Maximizer van BBE.
- Een breedband equaliser om oneffenheden in de mix weg te corrigeren.
- Een compressor, maximixer of limiter om het waargenomen volume op te krikken (de 'Loudness"). Mocht het overall volume van je nummer te laag zijn dan kan je dat opkrikken zonder dat er vervorming gaat optreden. Je maakt daarvoor gebruik van een limiter of maximizer (in de Steinberg Waves bundel vindt je aantal van deze plug-ins). Het luidste stuk wordt versterkt tot 100% (de cd standaard is -0.2 db), de minder luide stukken worden instelbaar meer dan evenredig versterkt. Je drukt als het ware de 'lucht' uit een nummer. En dat kan een behoorlijk compact resultaat opleveren (de loudness wordt groter). Hierbij moet je dan wel weer opletten dat je de dynamiek niet uit je nummer haalt omdat alles even hard zou kunnen gaan klinken. Bovendien kunnen er bij extreme compressie allerlei 'pompende en zuigende' bijgeluiden ontstaan in de hardere gedeeltes van je mix. Overigens worden de afgelopen jaren commerciele cd's steeds luider gemastered. Zoek maar eens op Internet naar "'Loudness war", niet iedereen is daar even blij mee.....
- Tenslotte heb je software nodig die het 32 bit format van de master wav file kan omzetten naar 16 bit. Dit is namelijk het staandaard formaat voor commerciele (huis en tuin) toepassingen. Hiervoor heb je een plug-in nodig die kan ditheren (dithering software),. Vaak zit deze functie ook in de limiter/maximizer.

Erg handig is software als Ozone Izotope. Deze heeft alle bovengenoemde functies in één pakket zitten en is bovendien erg makkelijk te gebruiken.

Heb je een master gemaakt en teruggebracht naar het 16bit/44.1khz formaat luister het dan af op de stereo installatie. Eigenlijk het liefst op zo veel mogelijk stereo installaties, goede en slechte. Draai voordat je je mix beluistert een nummer van een cd met een nummer in dezelfde stijl op gemiddeld volume. Luister vervolgens jouw nummer af.... Tja, dat is vaak schrikken! Dus terug naar de tekentafel. Vaak is het probleem de hoeveelheid laag (teveel of te weinig bas) of de hoeveelheid hoog (te schel of juist niet helder). Verder kan ook nog het geluidsvolume van je song te laag zijn .....of kan het ook nog helemaal bagger klinken......
Het principe lijkt me verder duidelijk: dan dezelfde Mastering procedure blijven volgen totdat het resultaat goed is. Doe dit overigens niet te lang achterelkaar, na verloop van tijd "hoor" je niets meer. Als finale check (maar ook wel tussendoor) zet ik het nummer op mijn iPod en luister ik het daar tussen andere nummers. Omdat ik die Ipod heel veel gebruik hoor ik precies wat ik nog aan mijn nummer moet aanpassen: in feite is dit mijn referentiepunt.

Al met al is dat masteren een lastige klus. Zelf ben ik dan ook nooit snel tevreden over het eindresultaat... .
Maar luister zelf zou ik zeggen. Samples van mijn nummers staan hier. Verder ben ik zeer geinteresseerd in opmerkingen, tips, vragen etc. Je kunt me dus hier mailen.

Hans Soeteman.

Naar boven
of
ga hier terug naar deel 1
of bezoek de FAQ pagina.

Site Map:
Home, Home (Engels), Over Dasinu, Over Dasinu (Engels) , Muziek, Muziek (Engels), Opnemen deel 1, Opnemen deel 1 (Engels), Opnemen deel 2, Opnemen deel 2 (Engels), Opnemen FAQ, Gitaar PodXt Patches, Gitaar PodXt Patches (Engels), Apparatuur, Apparatuur (Engels), Biografie, Biografie (Engels), Links, Links (Engels).

 

 

engels This site in English

Links:

Line6. Voor een goed gitaargeluid
Cubase. Professionele opname software van de firma Steinberg.
Genelec. Monitor boxen
Reason Website van de maker van Reason
Reason manual. Handige site met een goede Reason tutorial
Motu: geluidskaarten
Konnekt8 Mijn favoriete geluidskaart.

Loops maken.

Wat je regelmatig zult doen als je muziek opneemt is het maken van loops. Een bv 8x achterelkaar gespeeld riffje of basloopje (zeg 8 maten) kun je natuurlijk als 8 maten opnemen en gebruiken. Je kunt echter ook 1 maat knippen met 1 riff (de best gelukte uiteraard) en deze "achterelkaar geplakt" een willekeurig aantal maal achterelkaar gebruiken. Dus flexibeler en meestal ook strakker. Het knippen is simpel, gewoon strak aan het begin van de maat en het eind van de maat. Wat je echter zult merken als je deze sample achterelkaar afspeelt (in een loop dus) dat er vaak bij de overgang tussen de 2 samples een klik te horen is. Deze klik ontstaat doordat de geluidsniveau's van het eind en het begin van de sample niet gelijk zijn (eigenlijk te groot zijn). Nou zijn er een aantal manieren om dat klikje weg te krijgen. Je kunt CoolEdit of Cubase bv laten zoeken naar zgn Zero-Crossings of zo instellen dat er alleen geknipt mag worden op zero-crossings. Zero-crossings zijn punten in de wav file die exact 0db zijn, dus daar waar de 'golf' door de rode lijn in het midden gaat.

zero-crossing

Probleempje bij deze methodiek is dat je wav-file niet meer precies 1 maat is, maar een aantal milliseconden korter of langer. Meestal is dit echter een te verwaarlozen probleem. Een andere oplossing (ik heb er zelf lang naar moeten zoeken) is het simpelweg "infaden" aan het begin van je loop en "uitfaden" aan het eind. Denk dan niet aan een "fade" van seconden! Eén a twee milliseconden is onhoorbaar en bijna altijd voldoende om het klikje te verwijderen. Ook kun je in Cubase (en anderen) in 'edit mode' inzoomen in de wav file, ongeveer als het plaatje hier beneden, en dan met een soort 'pen' de samples in een wav file gladpoetsen (naar 0 db brengen), eigenlijk net zoals je dat met onregelmatigheden in foto's etc doet in Photoshop.

Naar boven

fade in
Een fade-in van 2 milliseconden

CoolEdit
CoolEdit, bescheiden, maar erg handig.

Emu 0404 USB

EMU 0404 USB geluidskaart. Goede specs en niet duur.

De geluidskaart.

Een korte uitleg over de geluidskaart. Praktisch gezien (en even kort door de bocht) zijn er eigenlijk maar drie zaken van belang:
1) het aantal samples dat de geluidskaart maakt (per seconde) van een inkomend geluidssignaal.
Een normale (standaard) geluidskaart doet dit 44100 maal per seconde (44.1Khz). Cd's zijn bv ook gebaseerd op deze standaard. Meer professionele geluidskaarten kunnen ook formaten aan van 48 Khz (wordt veel gebruikt in de filmindustrie) en zelfs 96 of 192Khz. De 'module' in de geluidskaart die het analoge signaal omzet naar een digitaal signaal heet 'AD converter' (Analoog-Digitaal converter). Theoretisch zou je met een hogere (dan 44.1Khz) sample-rate een betere geluidskwaliteit in het (extreem) hoog moeten kunnen bereiken. Echter (zoek bv maar eens op internet) is de algemene opinie dat de hoorbare kwaliteitsverbetering minimaal is, of zelfs geheel afwezig is. Een nadeel van een hoge sample frequenties is daarbij ook nog dat je bestanden veel groter worden en dat je meer cpu capaciteit nodig hebt bij verwerking. Niet echt aan te bevelen dus voor in de homestudio, die hoge sample-rate (ik gebruik 44.1Khz).

motu828mk2
De Motu 828 MKII geluidskaart die ik lange tijd gebruikt heb. Veel in- en outputs maar daardoor ook wel erg ingewikkeld in het gebruik.

2) Het aantal bits waarmee een sample wordt verwerkt. Standaard geluidskaarten verwerken een sample in 16 bits. Een cd is ook gebaseerd op dit 16 bits formaat. Meer professionele geluidskaarten kunnen ook samples verwerken in 20, 24 of 32 bits (de programmatuur moet dat dan ook aankunnen). Het voordeel van een hoger bit-formaat is dat een sample (extreem) veel nauwkeurige wordt vastgelegd. 24 bits geeft bv 16.777.216 mogelijke niveau's tov 16 bits 65.536 niveau's om informatie vast te leggen. In de praktijk betekent dit dat het geluid minder snel zal clippen (vervormen), dat effecten beter toegepast kunnen worden (beter klinken) en dat er meer 'ruimte' (headroom) in je opnames zit (ik citeer hier de experts). Let wel even op: uiteindelijk dient je muziek weer terug gebracht te worden naar 16 bits omdat dit het gebruikelijke afluister formaat is. Om dit op een goede manier te kunnen doen heb je software nodig die kan 'ditheren' ('dithering'), hierbij wordt het 32, 24 of 20 bit formaat op een goede manier terug gebracht naar 16 bit. Het verdient de aanbeveling om altijd gebruik te maken (opnames, mixen, masteren) van de 32 bits mogelijkheid. Met 32 bits heb je een ruime hoeveelheid 'Headroom'. Dit betekent kort door de bocht dat harde signalen die op 16/24 bit niveau een digitale vervorming zouden generen dit op 32 bit niveau niet doen. Pas op het allerlaatste moment, bij het maken van je definitieve wav/mp3 file 'dither' je het signaal terug naar 16 bits.

3) De latency van de geluidskaart.
Bij een standaard geluidskaart zul je merken, dat als je een toon aanslaat op je gitaar, je deze iets later terug hoort door je boxen of koptelefoon. Dit komt omdat de pc en de geluidskaart dit geluid moeten verwerken en transporteren. Met name in dit laatste treedt vertraging op. Hoe werkt dit: het transport gaat in pakketjes data. Bij een klein pakketje zal er heel veel uitwisseling plaatsvinden en is de vertraging dus klein. Bij grote pakketten wordt er elke keer gewacht tot het pakket vol is, en wordt dan pas de data verzonden. Ook belangrijk om te weten: bij kleine pakketten moet de cpu/pc hard werken, bij grote pakketten is de belasting een stuk minder. De pakket grootte stel in je in bij de grootte van de buffer van je geluidskaart. 1024 en 512 zijn standaard buffergroottes, maar hierbij heb je wel zo'n 40 msec vertraging.
Bij het maken van opnames is latency uiterst irritant. Het wordt namelijk praktisch onmogelijk om 'op de tel te blijven'. Bij hele goede geluidskaarten is deze vertraging (latency) ook aanwezig maar onhoorbaar klein (5 tot 20 miliseconden). Helaas is deze lage latency in de praktijk- ook bij de beste kaart - niet altijd realiseerbaar. Die lage latency van een geluidskaart bereik je nml alleen als je een heel klein project hebt. Als je met een behoorlijk aantal sporen aan de gang gaat, met daarbij wat midi-instrumenten zul je zien (horen) dat de cpu van je PC die kleine buffer grootte die je nodig hebt niet meer kan bijbenen. Het gevolg is gestotter in het geluid, gekraak en allerlei vervorming.
Gelukkig heeft een goede geluidskaart de optie 'direct monitoring'. Dit betekent dat je het geluid van je gitaar (maar dan alleen met de eventuele effecten van je geluidskaart of 'buitenboord' effecten zoals pedaaltjes) gemixed met het geluid uit je pc (bv je eerdere opnames) direct - zonder vertraging - terug hoort. Een geluidskaart met 'direct monitoring' is eigenlijk onmisbaar in je homestudio.

Konnekt8

Mijn TC-Electronic Konnekt8, een fantastische, simpele en betrouwbare geluidskaart.

TC-Electronic Konnekt8.
Toen ik mijn eerste "professionele" geluidskaart kocht dacht ik dat het belangrijk was om er één aan te schaffen met zoveel mogelijk mogelijkheden. Een logische leuze was dan ook de MOTU 828 MKII, veel in- en outputs, talloze routing mogelijkheden etc etc. Echter na verloop van tijd kwam ik erachter dat al die mogelijkheden me alleen maar in weg zaten. Bovendien was ik niet onder de indruk van de stabiliteit van de drivers en al helemaal niet van de MOTU klantenservice.
Als eenzame gitarist in een homestudio neem ik altijd maar 1 instrument tegelijk op en ik wil gewoon dat dat op een simpele en perfecte manier in Cubase terecht komt. Ik heb daarom de TC-Electronic Konnekt8 aangeschaft en ben daar ontzettend tevreden over. Na de eenvoudige installatie van de software gebruik ik alleen nog maar de twee rechtse draaiknoppen op het frontpaneel. Hiermee kan ik naast de in- en output niveau's bv heel simpel als ik opneem de geluidsbalans tussen mijn gitaar en geluid dat uit Cubase komt instellen. Erg handig! Verder is de geluidskwaliteit uitstekend en de software erg stabiel.

Naar boven